Drie Eeuwen Église Française (1726-2026) 

Een ‘Église Française’… in Nederland?

In 1661 nam Koning Louis XIV het bestuur van Frankrijk over. Van deze Lodewijk de veertiende komt de bekende uitspraak ‘l’État, c’est moi’ (‘De staat, dat ben ik’). Onder het motto ‘één geloof, één wet, één koning’ regeerde hij meer dan vijftig jaar. Dit had dramatische gevolgen voor de godsdienstvrijheid in Frankrijk. De protestanten of Calvinisten, in Frankrijk hugenoten genoemd, werden beknot in hun godsdienstvrijheid, vrijheid en macht.  De naam hugenoten komt vermoedelijk van het Zwitsers-Duitse ‘eidgenossen’ of, in het Franstalige Genève ‘eydguenots’: een eed zweerden ze niet op de staat of de koning, maar op God.  

Aan het einde van de zeventiende eeuw vluchtten een paar honderdduizend hugenoten uit Frankrijk. Een groot deel daarvan trokken naar de Noordelijke Nederlanden. Daar vonden ze geloofsgenoten. In Voorburg vestigden zich een groot aantal van deze hugenoten die bleven vasthouden aan hun taal, religie en tradities. In 1726 werd de Église Française in Voorburg gebouwd. Een klein vluchtelingenkerkje dat in haar uiterlijk best wel aan een kapelletje doet denken.

Eerste preek

Dominee Jacques Saurin hield de eerste preek over een Bijbeltekst uit Ezechiël. Deze Bijbeltekst wijst op de troost die mensen in nood mogen ervaren bij God. Saurin was in Den Haag al een populair preker. Met zijn openingspreek was de roem van het kerkje gelijk gevestigd en groeide de gemeenschap snel.

“Ainsi a dit le Seigneur, l’Éternel: ‘Quoique je les aie éloignés entre les nations et que je les aie dispersés par les pays, je les aie pourtant été comme un petit sanctuaire dans les pays où ils sons venus.’”

“Dit zegt God, de HEER: ‘Al heb ik hen weggevoerd naar verre volken en hen over vele landen verstrooid, Ikzelf was daar voor hen een heiligdom, hoe pover ook’”(De Bijbel, Ezechiël 11 vers 16).

‘Op z’n Frans’ ter kerke gaan in Voorburg

Frans was in die tijd in de mode als dè taal en cultuur van de elite. Kijk in Voorburg maar eens naar Hofwijck, Vreugd en Rust, en Heldenburg en zie hoe we hier de Franse bouwstijl kopiëerden: deze 'buitenverblijven' voor de patriciërs waren echte lusthoven in Franse stijl, gelegen in symmetrisch aangelegde tuinen met fonteinen, standbeelden en een zonnewijzer, soms ook met orangerie. Door de focus op Frankrijk voelden ook veel notabelen zich tot de kerkgemeenschap aangetrokken. Zij maakten er een gewoonte van om 'op z'n Frans' ter kerke te gaan. Niet alleen was een bezoek aan de Église Française goed voor de status van de kerkbezoekers, maar men ervoer de diensten ook prettiger. Een bezoek aan deze kerk werd echt als een ‘uitje’ ervaren in een verder soms best saai bestaan voor de rijken. De Franse predikanten preekten ook anders: er was bij hen meer nadruk op het literaire aspect, en minder de ‘slaapverwekkende monologen’ zoals men gewend was van Nederlandse dominees... Zo werd het prachtige kerkje een gebedshuis voor hugenoten én hun dorpsgenoten.

Bloei

Tot ongeveer 1750 kende de Église Française een grote bloei. Gebouw en gemeenschap hadden een deftige uitstraling. Geld, afkomst, goede manieren en een ‘respect afdwingende levenswijze’ waren bepalend voor iemands maatschappelijke aanzien. Hoe je liet zien dat je maatschappelijk aanzien verdiende? Allereerst door je huis in franse stijl op te trekken dus. En door in Voorburg naar de Église Française te gaan. Wist je dat Guillaume Groen van Prinsterer, de bekende grondlegger van de protestants-christelijke politiek, op deze manier aan zijn chique voornaam is gekomen terwijl hij toch echt in Voorburg werd geboren? Helemaal bon ton! Hij werd gedoopt in de Église Française. Later in zijn leven was het Groen van Prinsterer die de Voorburgse buitenplaats Hofwijck redde van de sloop. 

En ten slotte kreeg je aanzien... door geld te doneren aan de kerk. Zo kon men een tegen betaling een vaste zitplek reserveren in de Église Française. Vooral bij huwelijken werd flink aan de kerk gedoneerd. In het Eerste kasboek der Fransche kerk uit 1726 zien we aanzienlijke huwelijksschenkingen. Hele groepen Duitse adellijke officieren wilden juist hier trouwen, en ook flink wat Hollandse regentendochters.

Afname

De bloei nam wel in snel tempo af. De Republiek der Nederlanden ging economisch flink achteruit, en veel regenten verkochten hun buitenplaatsen. Zo ook in Voorburg. Omdat de nieuwe eigenaren van deze dure optrekjes toch ook weer ‘Frans ter kerke’ gingen, bleef het aantal leden eerst nog stabiel. Toch liep de financiële positie van de kerk terug, door dalende rentes. Ook het ledental nam eerst geleidelijk, en later steeds sneller af, door politieke omwentelingen in Frankrijk.

Een gereformeerde Franse Kerk

In 1926, na precies 200 jaar, was het aantal leden zó afgenomen dat aan de Franstalige diensten een einde kwam. De kerk werd verhuurd aan de Vereniging van Vrijzinnig Godsdienstigen te Voorburg. In 1941 voegden de paar overgebleven leden van de oorspronkelijke Franse kerk zich bij de Waalse kerk in Den Haag. Uiteindelijk werd het kerkje op 31 december 1948 verkocht aan de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, met 53.000 gulden de hoogste bieder.

Anno Domini 2026 wordt het gebouw nog met plezier en intensief gebruikt door de ongeveer 130 ‘zielen’ tellende Nederlandse Gereformeerde Kerk in Voorburg, die in de volksmond logischerwijs 'de Franse Kerk-gemeente' wordt genoemd. De term 'gereformeerd' heeft allereerst een historische betekenis: het is ontstaan in de tijd van de Reformatie, in de zestiende eeuw. Dat is de traditie, waar de Franse Kerk van houdt. 'Gereformeerd' betekent dat we de Bijbel zien als de manier waarop God tot ons spreekt. Iedereen kan en mag die Bijbel lezen. We proberen te begrijpen wat de Bijbel betekent op de plek en de tijd waarin we nù leven.

Lees meer over de Franse Kerk-gemeente. Het kerkgebouw is ook te huur